Voor de amateurs wordt het Nederlands amateurelftal in het leven geroepen.
Op 18 maart 1956 speelt het Nederlands amateurelftal zijn eerste interland. In Maubeuge blijkt het Franse amateurelftal veel te sterk voor de Nederlandse amateurs. Er wordt, zonder Friese inbreng, met 5-1 verloren.
In de beginjaren worden behalve amateurs uitkomend in semiprofteams ook diverse jeugdspelers uit de leeftijdsgroep van 16-18 jaar geselecteerd. Ook is er geen sprake van enige continuïteit in de samenstelling van het team. Het is een komen en gaan van jeugdspelers die nog te jong zijn om een contract te mogen tekenen of van amateurs die vlak voor hun overgang naar het betaalde voetbal nog een amateurinterland op hun naam brengen. Toch is het belang van het Nederlands amateurelftal inmiddels door een ieder erkend. Alleen het sectiebestuur zaterdagvoetbal weigert elke medewerking: de zaterdagamateurs hebben een eigen elftal. In het eerste decennium spelen er daarom alleen zondagamateurs in het amateurelftal.
Het amateurelftal dient vooral als doorgangshuis. In 189 officiële interlands maken maar liefst 625 spelers hun opwachting. Het getuigt van weinig continuïteit, vindt ook de KNVB die daarom op 7 mei 2006 de stekker eruit trekt.
In de vijftigjarige geschiedenis van het amateurelftal hebben 15 Friezen hun opwachting gemaakt. De eerste Fries is Eise Bosma, de laatste Oebele Schokker. Van deze 15 Friezen weten er maar twee tot scoren te komen. Bart Hainje maakt er 4 en Jaap Schuurmans 3.
Meer lezen:

Geen opmerkingen:
Een reactie posten