"Leeuwarden is een stad met vitale, flexibele voetbalverenigingen die evenwichtig verspreid over de stad op de kwalitatief hoogwaardige sportconcentratiegebieden Magere Weide, Nijlân, Kalverdijkje, het Wiardacomplex en sportpark ’t Loo de voetbalsport beoefenen."
Bovenstaand citaat komt uit de sportnota van de gemeente Leeuwarden die is gemaakt in samenwerking met de KNVB district Noord.
Rekening houdend met het huidige ledenaanbod, zijn 7 à 8 verenigingen voldoende om in het voetbalaanbod in Leeuwarden te voorzien. Het gaat dan om grotere verenigingen (tenminste meer dan 300 leden) met teams in alle leeftijden (F-jes tot senioren).
Om dit te bereiken moeten de mogelijkheden voor samenwerking en fusie worden onderzocht.
Op 21 oktober 2010 wordt bekendgemaakt dat VV Leeuwarden en Nicator de intentie hebben om tot een verdere samenwerking of een fusie te komen.
De hoofdstad van Fryslân kent een rijke voetbalhistorie. Aan het einde van de 19e eeuw blijken de steden een vruchtbare bodem te zijn voor voetbal.
Clubs schieten als paddenstoelen uit de grond en sommige verdwijnen weer net zo snel. Op het hoogtepunt zijn er achttien clubs. In 2011 zijn het er 12 die verspreid zijn over vijf sportgebieden, namelijk Sportpark Nylân, Sportcomplex Wiarda, Sportgebied Kalverdijkje, Sportgebied De Magere Weide en Sportpark 't Loo.
De huidige voetbalverenigingen in de gemeente Leeuwarden zijn: Blauw Wit '34, Friesland, FVC, LAC Frisia, Leovardia, Leeuwarder Zwaluwen, Lions'66, MKV '29, Nicator en WWS. Verder is er nog de betaalde voetbalclub Cambuur.
Het is allemaal begonnen met LAC Frisia.
In 1895 wordt de Leeuwarder Sportvereniging Hermes opgericht. Deze club gaat in 1904 samen met Snel op in Olympia.
In 1898 richt de Leeuwarder gymnastiekvereniging Claudius Civilis ook een voetbaltak op. Aan het begin van de 20e eeuw gaat Claudius Civilis op in de gymnastiekvereniging Brinio. De voetbaltak blijft tot 1926 bestaan.
Rond 1900 zijn er nog clubs te vinden als Bato, Ajax en I.P. De eerste verdwijnt alweer in 1902. De laatste twee fuseren in 1904 met LAC Frisia. Eind 1904 duikt weer de naam I.P. op.
Samen met HSC uit Harlingen, Olympia uit Leeuwarden en Lycurgus uit Sneek richten zij de Friesche Voetbal Bond op.
De meeste clubs komen snel op en verdwijnen weer net zo snel.
Een club die het wel erg slecht heeft getroffen is de Joodse Voetbalclub Achdoeth. Deze club is opgericht in 1926 en heeft maar 1 elftal. Twaalf jaar later houdt de club weer op te bestaan. Slechts twee oud-spelers overleven de Tweede Wereldoorlog.
Andere clubs die een kort leven hebben zijn:
Achdoeth (mei 1926-december 1936)
Achdoeth (augustus 1937-juli 1938)
Achter de Hoven (juli 1935-juni 1938; heet tot augustus 1935 sv NOAD)
Ajax (1901-1904; fusie met LAC Frisia 1883)
Arbeiderspers (1934-1936)
Aristides (augustus 1923-september 1925; heet tot september 1923 Eendracht)
Aristides (25 mei 1929 - mei 1943)
Audax (1921-1922)
BAC (1938)
Bato (1901-1905)
Black and White (november 1932-december 1935; heet tot december 1932 Advendo)
Blauw Wit '34 (28 april 1934-nu)
Brinio (1900-1922; ontstaan uit Claudius Civilis)
BSV (juni 1937-1940; heet tot juni 1938 Vita)
Cambuur '69 (1 augustus 1969-2004; heet tot 1983 De Oosthoek)
CCF (1938-1940)
Ceres (1938-1940)
CIN (augustus 1922-december 1928; heet tot november 1922 SDO)
Claudius Civilis (1989-1900; opgenomen in Brinio)
Ervea (1937)
Excelsior (1933-1936)
De Figaro's (mei 1938-december 1939)
Flamingo (9 april 1991-2018)
Forward (oktober 1938-?; heet eerst Lyempf)
Friesche Boys (augustus 1922-september 1923; heet tot februari 1923 Zwart Wit)
Friesche Boys (augustus 1925-?)
Friesland (15 juni 1905-nu)
Friso (1 maart 1920-september 1925)
FVC (4 mei 1919-nu)
Ge-Bo (1937-1938)
Geel Wit (1924-1935; opgenomen in MKV '29)
De Glazenmakers (juni 1938-februari 1941; heet eerst VGL)
De Grasshoppers (1930-1937; fusie met Blauw Wit '34)
GRL (1937-1938)
Hermes (1895-1904; gaat in 1904 met Snel op in Olympia)
IDO (oktober 1932-augustus 1933)
IP (23 september 1900-1904; opgenomen in LAC Frisia; 1904-1906)
Jong Frisia (november 1906-1909 ; heet tot december 1906 Achilles)
JVC Nylân 2000 (1 juni 2000-1 juli 2008; samenwerkingsverband tussen Friesland en MKV '29)
Kapitien Klein (januari 1923-juli 1933)
Kino (juni 1938-december 1939)
KMF (juni 1937-december 1939)
KVC (juni 1938-maart 1941; heet eerst KSC)
La Vitesse (1907-1909)
LAC Frisia 1883 (25 april 1883-nu)
LBVV (mei 1938-maart 1942)
LCO (juli 1936-1937)
LDP (1937-1938)
Leeuwarden (14 augustus 1917-1 juli 2013)
Leeuwarder Boys (1926-1938)
De Leeuwarder Zwaluwen (15 augustus 1924-nu)
Leovardia (1 juli 2013-nu)
Lions ‘66 (18 maart 1966-nu)
LONDA (maart 1930-1931; heet eerst Leeuwarden(voetbalgroep))
LSC (1911-?)
LVC (januari 1912-november 1915)
LVC (november 1918-juli 1921)
LVC (1 oktober 1920-1927; heet tot 1923 RODA)
LVV (1 juli 1904-1911)
LYVC (juni 1938-december 1939; heet eerst VIOS)
MKV ‘29 (28 april 1929-nu)
NFMB (1936-1937)
Nicator (11 september 1932-nu)
Nieuwe Slagers Gezellen (1937)
Odilo (maart 1921-1922; heet tot september 1922 Audax)
Olympia (1904-1906)
Olympia (september 1928-maart 1930)
OSI ‘78 (1 april 1979-2006)
PAF (1937)
Phileon (1974-1990)
Quick (november 1905-1908)
RKVV Rapiditas (1924-?)
Robinson (juni 1938-maart 1942; heet eerst Swift)
Rood Geel (1910-1915; heet tot 1912 SSC)
Rood Geel (6 juli 1921-1 juli 2013)
RWS (1937)
Satona (juli 1940-maart 1942; heet tot april 1941 LPF)
De Slagers Gezellen (juni 1937-december 1939)
SLP (juni 1937-maart 1942; heet tot oktober 1938 PTT)
Snel (1904-1904; gaat op in LAC Frisia)
De Spar (juni 1937-december 1939)
Sparta (1910-1911)
SSC (1910-1912)
Sportclub Hartelust (juni 1938-maart 1942)
SPV (mei 1938-maart 1942)
Stânfries (1908-1916; heet tot augustus 1912 UDI)
De Stânfriezen (juli 1936-december 1939)
Stokvis (augustus 1939-april 1941)
It Swealtsje (juni 1937-maart 1942; heet tot juli 1938 De Zwaluw)
UDI (april 1908-1910)
Van G. & L./Ato (1939)
VCU (november 1920-mei 1922)
VEMO (augustus 1922-september 1923; opgegaan in LVC)
VEMO (mei 1924-december 1925; heet tot juli 1925 Geel Wit)
VEMO (december 1925-juli 1933; heet in december 1925 eerst VIOS)
Victorie (1907)
VIOS (september 1924-1926)
Vitesse (oktober 1905-augustus 1907)
Vlugheid en Kracht (1932-1934)
Volharding (1922-?)
Voorwaarts (1902-1904; gaat op in LAC Frisia)
Voorwaarts (1908-1910)
Voorwaarts (1935)
VRA (juni 1938-maart 1942
VSF (1965-1973)
WE'91 (1991-1992)
WWS (16 juni 1965-nu)
In Friesland geboren voetballers en die met Friese (voor)ouders uit het prof-, amateur- en vrouwenvoetbal, die in Oranje hebben gespeeld. Er wordt ook ingegaan op buitenlandse internationals die voor een Friese club uit zijn gekomen. Deze site is alleen ter lering en vermaak.
Posts tonen met het label leeuwarden. Alle posts tonen
Posts tonen met het label leeuwarden. Alle posts tonen
vrijdag 21 januari 2011
zaterdag 4 september 2010
International nummer 6 - Oeki Hoekema
Uilke Piebe Hoekema is geboren op 28 januari 1949 in Pingjum als zoon van Jan Hoekema en Tineke Gratama. Voetbal zit in de familie.
Zijn vader, die werkt bij het controlestation voor boter en kaas in Leeuwarden is jarenlang semiprof geweest bij Leeuwarden (1954-1961) en Veendam (1961-1963). Jan Hoekema is een snelle linksbuiten. Hij is clubtopscorer over de tien jaar (1954-1964) waarin Leeuwarden een profclub is. Hij scoort 97 keer in competitieduels. Ook komt hij enkele keren uit voor het noordelijk elftal.
Oeki wordt niet veel met zijn vader vergeleken. Zijn vader is al een tijd gestopt met voetballen als Oekie begint. Het is eerder ‘de vader van’ dan ‘de zoon van’.
Oeki kan als kleuter zijn eigen naam Uilke niet goed uitspreken en gaat sindsdien met de verbastering door het leven.
De roodharige Hoekema heeft alles wat een succesvolle voetballer nodig heeft. Hij is snel en bloedfanatiek, een makkelijk scorende rechtsbuiten. Hij begint op 7-jarige leeftijd te voetballen bij Leeuwarden. Op zijn dertiende wordt hij ingelijfd bij de betaalde jeugd van Leeuwarden. Hij verhuist naar Cambuur als Leeuwarden in 1964 besluit tot een terugkeer naar het amateurvoetbal vanwege een hoge schuldenlast.
Met Cambuur beleeft hij promotie naar de eerste divisie in het eerste seizoen na de oprichting. Pikant detail is dat de promotie word bereikt door een overwinning op Heerenveen. Met zijn 15 jaar is hij de jongste prof in Nederland. Als 16-jarig talent wordt hij door Go Ahead weggekaapt bij Cambuur. Go Ahead is in 1964 zijn tijd ver vooruit. Het opent in dat jaar een jeugdinternaat voor aankomende, talentvolle, profvoetballers. Op advies van zijn vader verruilt Oeki in 1966 Leeuwarden voor Deventer. Door het jeugdinternaat heeft hij zich heel goed kunnen concentreren op het voetbal. Hij is hier omringd door jongens die net als hij barsten van de ambitie. Bekende namen uit die tijd zijn Dick Schneider, Nico Rijnders, Jan van Eijck en Andre van der Leij. Oeki debuteert al na driekwart jaar in het eerste elftal. Zijn coach is Frantisek Fadrhonc, de latere bondscoach.
Na een 5-jarige verblijf bij Go Ahead belandt hij bij PSV, waar hij nooit echt doorbreekt. Hij scoort gewoon te weinig. Na twee jaar besluit PSV om hem te ruilen met Gerrie Deijkers van De Graafschap.
Daarna volgt een Belgisch avontuur bij Lierse SK, dat twee seizoenen duurt. Hierna volgen drie seizoenen bij FC Den Haag. In 1979 vertrekt hij opnieuw naar Cambuur, waar hij twee seizoen speelt. Hij verhuist van de aanval naar het middenveld en wordt meteen gebombardeerd tot aanvoerder. In dit eerste seizoen loopt hij veel gele kaarten op, die uiteindelijk leiden tot een schorsing van vijf wedstrijden. De verhoudingen tussen trainer Henk de Jonge en Oeki Hoekema raken bekoeld en in het tweede seizoen legt hij het aanvoerderschap naast zich neer. In februari 1981 overweegt hij Cambuur te verlaten en op 4 maart 1981 maakt hij zijn debuut voor FC Wageningen waar hij nog 4 maanden voor speelt.
Een lange en mooie carrière. Om de uitzonderlijke top te bereiken moet je alles uit je carrière halen. Dat zit niet echt in zijn karakter. Qua niveau schiet hij niet tekort voor de absolute top, qua karakter waarschijnlijk wel. Daarvoor is hij te zacht en cijfert hij zichzelf ook te vaak weg. Hij laat in zijn contracten opmaken dat hij weigert te spelen tegen landen, en clubs uit die landen, die geleid worden door een dictatoriaal regime.
Oeki Hoekema is 22 jaar als hij op 17 november 1971 zijn debuut maakt in het Nederlands elftal. Hij is zich ervan bewust dat hij dit te danken heeft aan de blessure van Jan Jeuring. Het opstellen van Oeki Hoekema wordt door bondscoach Fadrhonc beslist niet als een “trekkertje” voor het publiek gezien, nu de uitwedstrijd tegen Luxemburg op verzoek van Luxemburg, in Eindhoven wordt gespeeld. De bondscoach is zich wel bewust van de tekortkomingen van Hoekema, maar hij kent hem heel goed. Hij vindt dat Oekie een kans verdient. In het stadion van PSV gaat het om een loze groepswedstrijd, want Oranje is al kansloos voor de EK-eindronde van 1972 in België. Het loopt meteen als een trein. Na 9 minuten wordt Hoekema gevloerd in het strafschopgebied. De strafschop die volgt wordt gemist door Gerrie Mühren. Na veertien minuten staat het door twee doelpunten van Cruijff, Keizer en Theo Pahlplatz al 0-4. Bij rust is het al 0-5.
Door een briljante actie van Piet Keizer krijgt Oeki in de tweede helft het zesde doelpunt aangeboden. Willem van Hanegem en Johan Neeskens verlaten 13 minuten voor tijd demonstratief het veld. Bondscoach Fadrhonc heeft de vedetten toegezegd dat ze mogen invallen, maar is ze blijkbaar helemaal vergeten.
Het is na 20 april 1913 weer de eerste wedstrijd die buiten het westen word gespeeld. In die wedstrijd speelt de geboren Fries Bijvoet mee in Zwolle. Toevallig doet er nu weer een Fries aan mee.
Het optreden in Oranje blijft voor Oeki Hoekema beperkt tot één interland. Eigenlijk een onbeduidende tegen Luxemburg die met 0-8 gewonnen word, maar waarin hij als rechtsbuiten een onopvallende rol vertolkt. Opmerkelijk weinig voor een voetballer met zijn kwaliteiten. Hij is in beeld bij bondscoach Fadrhonc en krijgt nog wel een uitnodiging voor een tweede interland tegen Schotland op 1 december 1971 in Amsterdam. Verder dan de bank komt hij echter niet, omdat PSV-trainer Kurt Linder hem verbied te spelen. De zondag voor de interland heeft hij zich namelijk wegens griep afgemeld voor de wedstrijd tegen NEC. De volgende dag gaat het stukken beter en meldt hij zich in Zeist. PSV denkt als je in de competitie niet wilt spelen, dan ook niet in Oranje. Het is gewoon een manier om te laten zien wie de baas is.
Oeki Hoekema krijgt hierna nog een keer nadrukkelijk met het Nederlands elftal te maken. In 1978 protesteert hij als politiek bewuste voetballer tegen de deelname van het Nederlands elftal aan de WK-eindronde in Argentinië, dat op grote schaal de mensenrechten schend. Na het lezen van een aantal artikelen in Voetbal International over de situatie in Argentinië en de oproep tot een boycot van Neerlands Hoop (Bram Vermeulen en Freek de Jonge) in samenwerking met Solidariteits Komitee Argentinië-Nederland (SKAN) schrijft hij een kort briefje waarin hij meedeelt dat hij achter de boycot staat. Hij vermoedt niet dat hij zo in de publiciteit zou komen. Hij start een handtekeningenactie onder zijn collega’s uit protest tegen de deelname van Oranje aan dit WK en haalt precies één handtekening op: die van zichzelf.
Hoekema wil ook niet spelen tegen het Hongaarse Honved op 10 mei 1978, omdat hij ook problemen heeft met de communistische dictatuur. Dat maakt zijn protesten extra bijzonder, omdat hij zich zowel tegen rechtse als linkse dictaturen keert. Dat doen maar heel weinig mensen in de jaren '70: VVD’ers zijn tegen de Sovjet-Unie en vóór Argentinië, waar CPN’ers en PvdA’ers tegen Argentinië zijn en vóór de Sovjet-Unie.
Het bestuur van FC Den Haag heeft Hoekema op voorhand al laten weten niet van zijn diensten te willen afzien. Oeki heeft daarom besloten zijn wedstrijdpremie aan Amnesty International af te staan.
Dit heeft hij niet van een vreemde. Ook zijn vader heeft lange tijd gevangen gezeten in ‘Bankenbosch’, een dienstweigeraarskamp, omdat hij weigert om aan de politionele acties in Indonesië deel te nemen.
We gaan naar Argentinië
Waar dagelijks wordt gemoord
Maar daar is nu eventjes geen tijd voor
Zojuist heeft Rep gescoord
Zonder Cruijff in de finale
Wie had dat verwacht
En op de eretribune
Zitten Wiegel en Van Agt
We zitten in de finale
In een politiestaat
Het is weer tijd om te bepalen
Waar het allemaal op staat.
Neerlands Hoop: Bloed aan de paal
Tijdens zijn voetballoopbaan bij PSV koopt hij een boerderijtje in Friesland, met de bedoeling om hier later te gaan wonen. Zijn band met Friesland blijft dus groot.
Hoekema blijft niet, zoals veel oud-collega’s, in de voetballerij actief. Hij onderhoudt ook geen contacten. Af en toe komt hij wel eens iemand tegen. Na zijn voetbalcarrière heeft hij zestien jaar een snackbar en is hij een jaar werkzaam geweest voor marketing en pr van een keukenbedrijf. In 2002 wordt hij door trainer Rob McDonald gevraagd om teammanager te worden bij Cambuur. Na een paar maanden moet hij wegens tijdgebrek afstand nemen van deze vrijwillige functie. Tegenwoordig is hij directeur van een bedrijf in koelkasten.
Op 18 augustus 2013 krijgt Oeki Hoekema een onderscheiding voor zijn protest tegen de vroegere dictatuur in Argentinië en de strijd voor de mensenrechten.
Statistische gegevens
Loopbaan als speler
Club als international: PSV
Statistieken Cambuur
Statistieken FC Den Haag
Meer lezen:
Brugman, Gitte. Het Leeuwardengevoel. ‘Laat se maar lekker seure, dan binne se der nog’. (Friese Pers Boekerij, 2007)
Drijver, Peter. Puur Cambuur, 1964-2007. (SC Cambuur, 2007)
Eerst de man… Voetbal in Friesland. (Friese Pers, 1979)
Nieuwenhof, Frans van den. Voor rood-wit gezongen. De rijke historie aan de Frederiklaan. (PSV, 2002)
Smouter, Henk & remko den Boef. Eenmaal Oranje. Over de eeuwige debutanten van het Nederlands elftal. (AmstelSport, 2012)
Zijn vader, die werkt bij het controlestation voor boter en kaas in Leeuwarden is jarenlang semiprof geweest bij Leeuwarden (1954-1961) en Veendam (1961-1963). Jan Hoekema is een snelle linksbuiten. Hij is clubtopscorer over de tien jaar (1954-1964) waarin Leeuwarden een profclub is. Hij scoort 97 keer in competitieduels. Ook komt hij enkele keren uit voor het noordelijk elftal.
Oeki wordt niet veel met zijn vader vergeleken. Zijn vader is al een tijd gestopt met voetballen als Oekie begint. Het is eerder ‘de vader van’ dan ‘de zoon van’.
Oeki kan als kleuter zijn eigen naam Uilke niet goed uitspreken en gaat sindsdien met de verbastering door het leven.
De roodharige Hoekema heeft alles wat een succesvolle voetballer nodig heeft. Hij is snel en bloedfanatiek, een makkelijk scorende rechtsbuiten. Hij begint op 7-jarige leeftijd te voetballen bij Leeuwarden. Op zijn dertiende wordt hij ingelijfd bij de betaalde jeugd van Leeuwarden. Hij verhuist naar Cambuur als Leeuwarden in 1964 besluit tot een terugkeer naar het amateurvoetbal vanwege een hoge schuldenlast.
Met Cambuur beleeft hij promotie naar de eerste divisie in het eerste seizoen na de oprichting. Pikant detail is dat de promotie word bereikt door een overwinning op Heerenveen. Met zijn 15 jaar is hij de jongste prof in Nederland. Als 16-jarig talent wordt hij door Go Ahead weggekaapt bij Cambuur. Go Ahead is in 1964 zijn tijd ver vooruit. Het opent in dat jaar een jeugdinternaat voor aankomende, talentvolle, profvoetballers. Op advies van zijn vader verruilt Oeki in 1966 Leeuwarden voor Deventer. Door het jeugdinternaat heeft hij zich heel goed kunnen concentreren op het voetbal. Hij is hier omringd door jongens die net als hij barsten van de ambitie. Bekende namen uit die tijd zijn Dick Schneider, Nico Rijnders, Jan van Eijck en Andre van der Leij. Oeki debuteert al na driekwart jaar in het eerste elftal. Zijn coach is Frantisek Fadrhonc, de latere bondscoach.
Na een 5-jarige verblijf bij Go Ahead belandt hij bij PSV, waar hij nooit echt doorbreekt. Hij scoort gewoon te weinig. Na twee jaar besluit PSV om hem te ruilen met Gerrie Deijkers van De Graafschap.
Daarna volgt een Belgisch avontuur bij Lierse SK, dat twee seizoenen duurt. Hierna volgen drie seizoenen bij FC Den Haag. In 1979 vertrekt hij opnieuw naar Cambuur, waar hij twee seizoen speelt. Hij verhuist van de aanval naar het middenveld en wordt meteen gebombardeerd tot aanvoerder. In dit eerste seizoen loopt hij veel gele kaarten op, die uiteindelijk leiden tot een schorsing van vijf wedstrijden. De verhoudingen tussen trainer Henk de Jonge en Oeki Hoekema raken bekoeld en in het tweede seizoen legt hij het aanvoerderschap naast zich neer. In februari 1981 overweegt hij Cambuur te verlaten en op 4 maart 1981 maakt hij zijn debuut voor FC Wageningen waar hij nog 4 maanden voor speelt.
Een lange en mooie carrière. Om de uitzonderlijke top te bereiken moet je alles uit je carrière halen. Dat zit niet echt in zijn karakter. Qua niveau schiet hij niet tekort voor de absolute top, qua karakter waarschijnlijk wel. Daarvoor is hij te zacht en cijfert hij zichzelf ook te vaak weg. Hij laat in zijn contracten opmaken dat hij weigert te spelen tegen landen, en clubs uit die landen, die geleid worden door een dictatoriaal regime.
Oeki Hoekema is 22 jaar als hij op 17 november 1971 zijn debuut maakt in het Nederlands elftal. Hij is zich ervan bewust dat hij dit te danken heeft aan de blessure van Jan Jeuring. Het opstellen van Oeki Hoekema wordt door bondscoach Fadrhonc beslist niet als een “trekkertje” voor het publiek gezien, nu de uitwedstrijd tegen Luxemburg op verzoek van Luxemburg, in Eindhoven wordt gespeeld. De bondscoach is zich wel bewust van de tekortkomingen van Hoekema, maar hij kent hem heel goed. Hij vindt dat Oekie een kans verdient. In het stadion van PSV gaat het om een loze groepswedstrijd, want Oranje is al kansloos voor de EK-eindronde van 1972 in België. Het loopt meteen als een trein. Na 9 minuten wordt Hoekema gevloerd in het strafschopgebied. De strafschop die volgt wordt gemist door Gerrie Mühren. Na veertien minuten staat het door twee doelpunten van Cruijff, Keizer en Theo Pahlplatz al 0-4. Bij rust is het al 0-5.
Door een briljante actie van Piet Keizer krijgt Oeki in de tweede helft het zesde doelpunt aangeboden. Willem van Hanegem en Johan Neeskens verlaten 13 minuten voor tijd demonstratief het veld. Bondscoach Fadrhonc heeft de vedetten toegezegd dat ze mogen invallen, maar is ze blijkbaar helemaal vergeten.
Het is na 20 april 1913 weer de eerste wedstrijd die buiten het westen word gespeeld. In die wedstrijd speelt de geboren Fries Bijvoet mee in Zwolle. Toevallig doet er nu weer een Fries aan mee.
Het optreden in Oranje blijft voor Oeki Hoekema beperkt tot één interland. Eigenlijk een onbeduidende tegen Luxemburg die met 0-8 gewonnen word, maar waarin hij als rechtsbuiten een onopvallende rol vertolkt. Opmerkelijk weinig voor een voetballer met zijn kwaliteiten. Hij is in beeld bij bondscoach Fadrhonc en krijgt nog wel een uitnodiging voor een tweede interland tegen Schotland op 1 december 1971 in Amsterdam. Verder dan de bank komt hij echter niet, omdat PSV-trainer Kurt Linder hem verbied te spelen. De zondag voor de interland heeft hij zich namelijk wegens griep afgemeld voor de wedstrijd tegen NEC. De volgende dag gaat het stukken beter en meldt hij zich in Zeist. PSV denkt als je in de competitie niet wilt spelen, dan ook niet in Oranje. Het is gewoon een manier om te laten zien wie de baas is.
Oeki Hoekema krijgt hierna nog een keer nadrukkelijk met het Nederlands elftal te maken. In 1978 protesteert hij als politiek bewuste voetballer tegen de deelname van het Nederlands elftal aan de WK-eindronde in Argentinië, dat op grote schaal de mensenrechten schend. Na het lezen van een aantal artikelen in Voetbal International over de situatie in Argentinië en de oproep tot een boycot van Neerlands Hoop (Bram Vermeulen en Freek de Jonge) in samenwerking met Solidariteits Komitee Argentinië-Nederland (SKAN) schrijft hij een kort briefje waarin hij meedeelt dat hij achter de boycot staat. Hij vermoedt niet dat hij zo in de publiciteit zou komen. Hij start een handtekeningenactie onder zijn collega’s uit protest tegen de deelname van Oranje aan dit WK en haalt precies één handtekening op: die van zichzelf.
Hoekema wil ook niet spelen tegen het Hongaarse Honved op 10 mei 1978, omdat hij ook problemen heeft met de communistische dictatuur. Dat maakt zijn protesten extra bijzonder, omdat hij zich zowel tegen rechtse als linkse dictaturen keert. Dat doen maar heel weinig mensen in de jaren '70: VVD’ers zijn tegen de Sovjet-Unie en vóór Argentinië, waar CPN’ers en PvdA’ers tegen Argentinië zijn en vóór de Sovjet-Unie.
Het bestuur van FC Den Haag heeft Hoekema op voorhand al laten weten niet van zijn diensten te willen afzien. Oeki heeft daarom besloten zijn wedstrijdpremie aan Amnesty International af te staan.
Dit heeft hij niet van een vreemde. Ook zijn vader heeft lange tijd gevangen gezeten in ‘Bankenbosch’, een dienstweigeraarskamp, omdat hij weigert om aan de politionele acties in Indonesië deel te nemen.
We gaan naar Argentinië
Waar dagelijks wordt gemoord
Maar daar is nu eventjes geen tijd voor
Zojuist heeft Rep gescoord
Zonder Cruijff in de finale
Wie had dat verwacht
En op de eretribune
Zitten Wiegel en Van Agt
We zitten in de finale
In een politiestaat
Het is weer tijd om te bepalen
Waar het allemaal op staat.
Neerlands Hoop: Bloed aan de paal
Tijdens zijn voetballoopbaan bij PSV koopt hij een boerderijtje in Friesland, met de bedoeling om hier later te gaan wonen. Zijn band met Friesland blijft dus groot.
Hoekema blijft niet, zoals veel oud-collega’s, in de voetballerij actief. Hij onderhoudt ook geen contacten. Af en toe komt hij wel eens iemand tegen. Na zijn voetbalcarrière heeft hij zestien jaar een snackbar en is hij een jaar werkzaam geweest voor marketing en pr van een keukenbedrijf. In 2002 wordt hij door trainer Rob McDonald gevraagd om teammanager te worden bij Cambuur. Na een paar maanden moet hij wegens tijdgebrek afstand nemen van deze vrijwillige functie. Tegenwoordig is hij directeur van een bedrijf in koelkasten.
Op 18 augustus 2013 krijgt Oeki Hoekema een onderscheiding voor zijn protest tegen de vroegere dictatuur in Argentinië en de strijd voor de mensenrechten.
Statistische gegevens
Loopbaan als speler
| Seizoen | Club |
|---|---|
| 1964-1965 | Cambuur |
| 1965-1966 | Cambuur |
| 1966-1967 | Go Ahead |
| 1967-1968 | Go Ahead |
| 1968-1969 | Go Ahead |
| 1969-1970 | Go Ahead |
| 1970-1971 | Go Ahead |
| 1971-1972 | PSV |
| 1972-1973 | PSV |
| 1973-1974 | De Graafschap |
| 1974-1975 | Lierse SK |
| 1975-1976 | Lierse SK |
| 1976-1977 | FC Den Haag |
| 1977-1978 | FC Den Haag |
| 1978-1979 | FC Den Haag |
| 1979-1980 | Cambuur |
| 1980-1981 | Cambuur |
| 1981 | FC Wageningen |
Club als international: PSV
| Nummer | Datum | Interland | Uitslag | Goals |
|---|---|---|---|---|
| 1 | 17-11-1971 | Luxemburg - Nederland | 0-8 | 1 |
Statistieken Cambuur
Statistieken FC Den Haag
Meer lezen:
Brugman, Gitte. Het Leeuwardengevoel. ‘Laat se maar lekker seure, dan binne se der nog’. (Friese Pers Boekerij, 2007)Drijver, Peter. Puur Cambuur, 1964-2007. (SC Cambuur, 2007)
Eerst de man… Voetbal in Friesland. (Friese Pers, 1979)
Nieuwenhof, Frans van den. Voor rood-wit gezongen. De rijke historie aan de Frederiklaan. (PSV, 2002)
Smouter, Henk & remko den Boef. Eenmaal Oranje. Over de eeuwige debutanten van het Nederlands elftal. (AmstelSport, 2012)
woensdag 1 september 2010
International nummer 5 - Wytse Couperus
Wytse Couperus is geboren op 16 maart 1942 in Sneek als zoon van Bieuwe Couperus en Wypkje Ferwerda. Zijn voornaam wordt door de pers op vele manieren geschreven: Wytze, Wytse, Witse, Wietse en Wietze.
De Fries heeft het voetballen geleerd bij LSC uit Sneek. LSC heeft in die tijd een hele goede jeugdselectie. Ze worden een paar keer afdelingskampioen. Zo speelt Wytse in die tijd onder andere met de Herman Hofstra (semiprof bij Heerenveen) en Henk Hartkamp (semiprof bij Cambuur en Heerenveen). Hij blijft tot en met de A-junioren bij LSC. Deze tijd wordt door hem beleefd als een van de mooiste voetbaljaren.
Op 17-jarige leeftijd verhuist hij met zijn ouders naar Amsterdam. Hij begint zijn loopbaan als beroepsspeler bij Blauw Wit uit Amsterdam. In zijn tijd bij Blauw-Wit heeft hij enkele keren meegespeeld in het Nederlands militaire elftal.
Hij speelt hier twee seizoenen in de Eredivisie, daarna volgt een eenjarig verblijf bij de Tweede Divisieclub Leeuwarden. Hij voelt zich nooit thuis bij deze club. In totaal traint hij maar één keer bij deze club. De rest van de training volgt hij bij Blauw-Wit. Als hij al op komt dagen. Als hij op het punt staat te stoppen meldt zich kort voor het sluiten van de transfermarkt het Zaanse ZFC dat hem van een amateurbestaan redt. Hij voetbalt hier twee jaar op huurbasis in de Tweede Divisie. Het eerste jaar eindigt ZFC op de 12e plaats. In zijn tweede jaar kent Couperus een kleine vormcrisis.
Daarna vindt de aanvaller zijn werkelijke kracht en vorm bij Haarlem. Na de gouden tijd van Kick Smit is de club afgezakt naar de Tweede Divisie. In de vier seizoenen dat Couperus hier speelt brengt hij Haarlem van de Tweede naar de Eredivisie. In de laatste wedstrijd scoort hij zelfs twee keer, waardoor Haarlem tweede word en rechtstreeks provomeert naar de Eredivisie. In totaal scoort hij 97 doelpunten voor Haarlem. Hiermee wordt hij tweede op de eeuwige ranglijst. Op 25 januari 2010 vraagt HFC Haarlem het faillissement aan.
Zijn hoogtepunt bereikt Couperus bij ADO dat hem voordelig ruilt met Holmström. Naast de straatschoffies kent het ADO van 1970 ook een paar 'nette' spelers. Korevaar is een doorsnee waterdrager, maar buiten werktijden een bevlogen Jehovagetuige. In de spits staat een deftige huurling uit Haarlem: Wytse Couperus. Met de Haagse club prijkt hij in 1970 weken aan de kop van de Eredivisie en hij draait bovenin mee in de topscorerranglijst.
Het oog van bondscoach Frantisek Fadrhonc valt zelfs op de koelbloedige aanvaller. Als Johan Cruijff niet beschikbaar is en Coen Moulijn zich afmeld, wordt Couperus opgeroepen voor de interland tegen Joegoslavië.
Wytse is al 28 jaar als hij op 11 oktober 1970 zijn debuut maakt voor het Nederlands elftal. Met rugnummer 16 valt hij na 50 minuten voetbal in.
Een werkelijke lijn zit er niet in het aanvalsspel. Ook niet als Wytse Couperus na de rust in plaats van Wietze Veenstra wordt ingezet. Hij krijgt veelal op de linkerkant opererend, weinig kans, al werkt hij evenals alle anderen erg hard. Bondscoach Fadrhonc geeft na de wedstrijd toe dat het misschien verstandiger is geweest om Couperus eerder in te brengen. Want met de komst van Couperus krijgt Nederland wel ineens meer kansen. Couperus zelf vindt zijn debuut niet tegenvallen. Hij zegt wel dat als dit een normale competitiewedstrijd zou zijn geweest er minstens twee spelers het veld uit zouden zijn gestuurd, en er wel ongeveer 28 boekingen zouden zijn geweest. Dit geeft wel een beeld van de hardheid van de wedstrijd.
Hij wordt ook nog opgeroepen voor de interland van 11 november 1970 tegen Oost-Duitsland, maar zal niet spelen.
Op 28 december 1970 wordt er een benefietwedstrijd voor de Federatie van Betaald Voetbal Organisaties (FBO) gespeeld tussen het Nederlands elftal en buitenlanders die in de Nederlandse competitie actief zijn. Ajax, Feyenoord en PSV verbieden hun spelers mee te doen aan deze wedstrijd en zodoende doen spelers als Cruijff, Van Hanegem en Kindvall niet mee. Het duel is hiermee bij voorbaat al gedeclasseerd tot een niet zo interessante krachtmeting. Voor Wytse Couperus pakt een en ander goed uit, want hij wordt daardoor uitgenodigd om voor het Nederlands elftal te spelen. Slechts het eerste half uur van de wedstrijd is interessant. Het Nederlands elftal speelt attractief aanvallend voetbal met Couperus als een van de voornaamste gangmakers. De wedstrijd eindigt in een overwinning van 2-3 voor de buitenlanders. Een van de Nederlandse doelpunten komt van de voet van Couperus.
In het tweede seizoen in Den Haag begint Couperus slecht aan de competitie. Hij scoort weinig en heeft bijna geen zelfvertrouwen. Door zijn werk en door de voorbereiding van FC Den Haag in Spanje heeft hij geen vakantie kunnen nemen. Als de competitie begint heeft hij geen honger meer naar de bal. Hij is een beetje voetbalmoe. Pas in oktober 1971 komt hij weer in zijn vertrouwde ritme. De opleving is echter van korte duur. Couperus raakt geblesseerd en belandt daarna op de reservebank.
Na dit Haagse seizoen vertrekt hij naar FC Amsterdam. Deze club is op 20 juni 1972 ontstaan uit een fusie tussen DWS en Blauw Wit. Een jaar later komt hier ook nog De Volewijckers bij. Door grote financiële problemen van de club moet hij na een seizoen alweer vertrekken. De overgang van FC Amsterdam naar Telstar verloopt niet geheel vlekkeloos.
De arbitragecommissie van de KNVB wordt ingeschakeld, omdat de overschrijving pas na 1 juni plaatsvindt. Couperus vindt het nieuwe aanbod van FC Amsterdam, een salarisvermindering van 80%, niet acceptabel. Telstar biedt FC Amsterdam hierop een financiële tegemoetkoming, waardoor de overgang alsnog kan gebeuren. Hij voetbalt nog twee seizoenen bij Telstar.
Zijn zestienjarige voetballoopbaan eindigt onverwacht. Op zijn 32e wordt bij Wytse Couperus een hartafwijking ontdekt. Op 3 januari 1975 vertelt de cardioloog, bij wie hij al enige tijd onder behandeling is, hem dat het beter is om met het voetballen te stoppen. Het feit dat hij last van zijn hart heeft is geen nieuws voor hem. Drie jaar geleden is hij bij FC Den Haag ook al eens onderzocht. De laatste tijd heeft hij vaker last van hartkloppingen tijdens inspanning.
Couperus heeft altijd het voordeel gehad dat hij een spits is. Als middenvelder of verdediger heeft hij waarschijnlijk niet zo lang kunnen voetballen. Couperus kan goed voetballen, maar hij ziet al snel de betrekkelijkheid van het voetbal in. Maar in de wedstrijden geeft hij zich altijd voor honderd procent. Hij heeft bewust nooit van het voetbal moeten leven. Tijdens zijn tijd bij Telstar heeft hij een modeboetiek, zodat hij nu niet op straat komt te staan.
Couperus is als voetballer laat tot bloei gekomen. Hij heeft nooit te lijden gehad onder de vroegere miskenning en zal ook niet de vette jaren overbelichten. Hij is altijd zichzelf gebleven: zelfbewust, onderkoeld, een Fries.
Na zijn voetbalcarrière heeft hij nog gewerkt voor het sportbemiddelingsbureau “Nummer 10”. Dit bureau wordt bij de transfer van Jeffrey Talan van FC Den Haag naar SC Heerenveen nog ingeschakeld door Grasshoppers, omdat hij met deze club al een mondeling akkoord heeft. Het bureau wordt later overgenomen door het voetbalmarketingbureau “Inter Football”. Als Wytse Couperus in dienst is van het laatstgenoemde bureau regelt hij dat Foppe de Haan supervisor word voor Jong Indonesië voor de voorbereiding op de Aziatische Spelen. Tegenwoordig verricht hij hand- en spandiensten bij KHFC.
Hij is uiteindelijk de Fries met de kortste interlandcarrière (40 minuten).
Statistisch overzicht
Loopbaan als speler
Club als international: ADO
Statistieken ADO en FC Den Haag
De Fries heeft het voetballen geleerd bij LSC uit Sneek. LSC heeft in die tijd een hele goede jeugdselectie. Ze worden een paar keer afdelingskampioen. Zo speelt Wytse in die tijd onder andere met de Herman Hofstra (semiprof bij Heerenveen) en Henk Hartkamp (semiprof bij Cambuur en Heerenveen). Hij blijft tot en met de A-junioren bij LSC. Deze tijd wordt door hem beleefd als een van de mooiste voetbaljaren.
Op 17-jarige leeftijd verhuist hij met zijn ouders naar Amsterdam. Hij begint zijn loopbaan als beroepsspeler bij Blauw Wit uit Amsterdam. In zijn tijd bij Blauw-Wit heeft hij enkele keren meegespeeld in het Nederlands militaire elftal.
Hij speelt hier twee seizoenen in de Eredivisie, daarna volgt een eenjarig verblijf bij de Tweede Divisieclub Leeuwarden. Hij voelt zich nooit thuis bij deze club. In totaal traint hij maar één keer bij deze club. De rest van de training volgt hij bij Blauw-Wit. Als hij al op komt dagen. Als hij op het punt staat te stoppen meldt zich kort voor het sluiten van de transfermarkt het Zaanse ZFC dat hem van een amateurbestaan redt. Hij voetbalt hier twee jaar op huurbasis in de Tweede Divisie. Het eerste jaar eindigt ZFC op de 12e plaats. In zijn tweede jaar kent Couperus een kleine vormcrisis.
Daarna vindt de aanvaller zijn werkelijke kracht en vorm bij Haarlem. Na de gouden tijd van Kick Smit is de club afgezakt naar de Tweede Divisie. In de vier seizoenen dat Couperus hier speelt brengt hij Haarlem van de Tweede naar de Eredivisie. In de laatste wedstrijd scoort hij zelfs twee keer, waardoor Haarlem tweede word en rechtstreeks provomeert naar de Eredivisie. In totaal scoort hij 97 doelpunten voor Haarlem. Hiermee wordt hij tweede op de eeuwige ranglijst. Op 25 januari 2010 vraagt HFC Haarlem het faillissement aan.
Zijn hoogtepunt bereikt Couperus bij ADO dat hem voordelig ruilt met Holmström. Naast de straatschoffies kent het ADO van 1970 ook een paar 'nette' spelers. Korevaar is een doorsnee waterdrager, maar buiten werktijden een bevlogen Jehovagetuige. In de spits staat een deftige huurling uit Haarlem: Wytse Couperus. Met de Haagse club prijkt hij in 1970 weken aan de kop van de Eredivisie en hij draait bovenin mee in de topscorerranglijst.
Het oog van bondscoach Frantisek Fadrhonc valt zelfs op de koelbloedige aanvaller. Als Johan Cruijff niet beschikbaar is en Coen Moulijn zich afmeld, wordt Couperus opgeroepen voor de interland tegen Joegoslavië.
Wytse is al 28 jaar als hij op 11 oktober 1970 zijn debuut maakt voor het Nederlands elftal. Met rugnummer 16 valt hij na 50 minuten voetbal in.
Een werkelijke lijn zit er niet in het aanvalsspel. Ook niet als Wytse Couperus na de rust in plaats van Wietze Veenstra wordt ingezet. Hij krijgt veelal op de linkerkant opererend, weinig kans, al werkt hij evenals alle anderen erg hard. Bondscoach Fadrhonc geeft na de wedstrijd toe dat het misschien verstandiger is geweest om Couperus eerder in te brengen. Want met de komst van Couperus krijgt Nederland wel ineens meer kansen. Couperus zelf vindt zijn debuut niet tegenvallen. Hij zegt wel dat als dit een normale competitiewedstrijd zou zijn geweest er minstens twee spelers het veld uit zouden zijn gestuurd, en er wel ongeveer 28 boekingen zouden zijn geweest. Dit geeft wel een beeld van de hardheid van de wedstrijd.
Hij wordt ook nog opgeroepen voor de interland van 11 november 1970 tegen Oost-Duitsland, maar zal niet spelen.
Op 28 december 1970 wordt er een benefietwedstrijd voor de Federatie van Betaald Voetbal Organisaties (FBO) gespeeld tussen het Nederlands elftal en buitenlanders die in de Nederlandse competitie actief zijn. Ajax, Feyenoord en PSV verbieden hun spelers mee te doen aan deze wedstrijd en zodoende doen spelers als Cruijff, Van Hanegem en Kindvall niet mee. Het duel is hiermee bij voorbaat al gedeclasseerd tot een niet zo interessante krachtmeting. Voor Wytse Couperus pakt een en ander goed uit, want hij wordt daardoor uitgenodigd om voor het Nederlands elftal te spelen. Slechts het eerste half uur van de wedstrijd is interessant. Het Nederlands elftal speelt attractief aanvallend voetbal met Couperus als een van de voornaamste gangmakers. De wedstrijd eindigt in een overwinning van 2-3 voor de buitenlanders. Een van de Nederlandse doelpunten komt van de voet van Couperus.
In het tweede seizoen in Den Haag begint Couperus slecht aan de competitie. Hij scoort weinig en heeft bijna geen zelfvertrouwen. Door zijn werk en door de voorbereiding van FC Den Haag in Spanje heeft hij geen vakantie kunnen nemen. Als de competitie begint heeft hij geen honger meer naar de bal. Hij is een beetje voetbalmoe. Pas in oktober 1971 komt hij weer in zijn vertrouwde ritme. De opleving is echter van korte duur. Couperus raakt geblesseerd en belandt daarna op de reservebank.
Na dit Haagse seizoen vertrekt hij naar FC Amsterdam. Deze club is op 20 juni 1972 ontstaan uit een fusie tussen DWS en Blauw Wit. Een jaar later komt hier ook nog De Volewijckers bij. Door grote financiële problemen van de club moet hij na een seizoen alweer vertrekken. De overgang van FC Amsterdam naar Telstar verloopt niet geheel vlekkeloos.
De arbitragecommissie van de KNVB wordt ingeschakeld, omdat de overschrijving pas na 1 juni plaatsvindt. Couperus vindt het nieuwe aanbod van FC Amsterdam, een salarisvermindering van 80%, niet acceptabel. Telstar biedt FC Amsterdam hierop een financiële tegemoetkoming, waardoor de overgang alsnog kan gebeuren. Hij voetbalt nog twee seizoenen bij Telstar.
Zijn zestienjarige voetballoopbaan eindigt onverwacht. Op zijn 32e wordt bij Wytse Couperus een hartafwijking ontdekt. Op 3 januari 1975 vertelt de cardioloog, bij wie hij al enige tijd onder behandeling is, hem dat het beter is om met het voetballen te stoppen. Het feit dat hij last van zijn hart heeft is geen nieuws voor hem. Drie jaar geleden is hij bij FC Den Haag ook al eens onderzocht. De laatste tijd heeft hij vaker last van hartkloppingen tijdens inspanning.
Couperus heeft altijd het voordeel gehad dat hij een spits is. Als middenvelder of verdediger heeft hij waarschijnlijk niet zo lang kunnen voetballen. Couperus kan goed voetballen, maar hij ziet al snel de betrekkelijkheid van het voetbal in. Maar in de wedstrijden geeft hij zich altijd voor honderd procent. Hij heeft bewust nooit van het voetbal moeten leven. Tijdens zijn tijd bij Telstar heeft hij een modeboetiek, zodat hij nu niet op straat komt te staan.
Couperus is als voetballer laat tot bloei gekomen. Hij heeft nooit te lijden gehad onder de vroegere miskenning en zal ook niet de vette jaren overbelichten. Hij is altijd zichzelf gebleven: zelfbewust, onderkoeld, een Fries.
Na zijn voetbalcarrière heeft hij nog gewerkt voor het sportbemiddelingsbureau “Nummer 10”. Dit bureau wordt bij de transfer van Jeffrey Talan van FC Den Haag naar SC Heerenveen nog ingeschakeld door Grasshoppers, omdat hij met deze club al een mondeling akkoord heeft. Het bureau wordt later overgenomen door het voetbalmarketingbureau “Inter Football”. Als Wytse Couperus in dienst is van het laatstgenoemde bureau regelt hij dat Foppe de Haan supervisor word voor Jong Indonesië voor de voorbereiding op de Aziatische Spelen. Tegenwoordig verricht hij hand- en spandiensten bij KHFC.
Hij is uiteindelijk de Fries met de kortste interlandcarrière (40 minuten).
Statistisch overzicht
Loopbaan als speler
| Seizoen | Club |
|---|---|
| 1961-1962 | Blauw Wit |
| 1962-1963 | Blauw Wit |
| 1963-1964 | Leeuwarden |
| 1964-1965 | ZFC |
| 1965-1966 | ZFC |
| 1966-1967 | Haarlem |
| 1967-1968 | Haarlem |
| 1968-1969 | Haarlem |
| 1969-1970 | Haarlem |
| 1970-1971 | ADO |
| 1971-1972 | FC Den Haag |
| 1972-1973 | FC Amsterdam |
| 1973-1974 | Telstar |
| 1974-1975 | Telstar |
Club als international: ADO
| Nummer | Datum | Interland | Uitslag | Goals |
|---|---|---|---|---|
| 1 | 11-10-1970 | Nederland - Joegoslavië | 1-1 | - |
Statistieken ADO en FC Den Haag
zondag 8 augustus 2010
Net geen Friese internationals
Andere getalenteerde spelers zoals Wim Overmeer, Monti Dijkstra, Jan Lenstra, Gerard Bruins, Pier Alma, Foeke Booy, Nico-Jan Hoogma en Jelle ten Rouwelaar halen het net niet.
Willem Jacques David (Wim) Overmeer is geboren op 13 september 1899 in Leeuwarden als zoon van Thomas Arnoldus Overmeer en Josina Maria Antonetta Brochard. Wim is de keeper van LAC Frisia. Als eerste Friese voetbalclub gaat LAC Frisia in 1925 een gooi doen naar het kampioenschap van Nederland. Frisia moet het opnemen tegen NAC, Sparta, Go Ahead en HBS. Geen enkele speler van Frisia zit in 1925 ook maar in de buurt van het Nederlands elftal. De enige Frisiaan die al een klein beetje aan het niveau heeft mogen ruiken is Wim Overmeer. In 1924 speelt hij in Parijs mee met het Zwaluwenelftal, maar het Nederlands elftal is een brug te ver. Wim begint in 1920 als linkermiddenvelder. Twee jaar later komt hij in het doel te staan. Deze plek houdt hij tot 1928. In juni 1965 komt hij door een ongeval om het leven. Het zal tot 1939 duren voor de eerste Fries weer voor Oranje in aanmerking komt. Tot die tijd wordt het voetbal in Friesland door de Nederlands Elftal-commissie als bedroevend slecht ervaren. Wim is overleden op 17 juni 1965 in Ede, 65 jaar oud.
Semi-interlands
>>
Hendrik Ernst (Monti) Dijkstra is geboren op 18 december 1912 in Huizum. Vanaf zijn vijftiende jaar speelt hij in de hoofdmacht van FVC. Hij begint als rechtsbinnen, maar al na enkele wedstrijden komt hij op zijn lievelingspositie van spil te staan. Hij brengt het al snel tot het Friese elftal en zelfs eenmaal wordt hij uitverkozen voor het noordelijk elftal. Bob Glendenning, de bondscoach van het Nederlands elftal, ziet in hem zelfs de beste spil van het noorden en wil hem graag aan de selectie toevoegen. Maar Monti heeft een groot gebrek aan zelfvertrouwen. Hij denkt altijd dat er betere spelers als hij rondlopen op de Nederlandse voetbalvelden. Elke uitnodiging voor een vertegenwoordigend elftal slaat hij dan ook af. Hij zal tot 1940 in de hoofdmacht van FVC voetballen. Een ernstige knieblessure verhindert hem verder te voetballen. Monti is overleden op 27 februari 2001 in Leeuwarden, 88 jaar oud.
Jan Lenstra, de oudere broer van Abe, is geboren op 28 april 1919 als zoon van Mindert Jans Lenstra en Janke Suierveld. Jan speelt van 1936 tot 1952 in het eerste elftal van Heerenveen. Jan is in alles de tegenpool van Abe: hij spant zich meer in op het veld, hij kan opvliegend zijn en is een grote prater. Hij is een van de pijlers van het elftal. In ruim tien jaar heeft hij geen wedstrijd gemist. Jan is vaak uitgekomen in vertegenwoordigende elftallen van de KNVB. In februari 1947 krijgt de stoere en technische verdediger van Heerenveen een uitnodiging voor een centrale training van het Nederlands elftal. Hij is een van de vijf potentiële rechtsbacks uit wie een keuze moet worden gemaakt. De uiteindelijke keus valt op Jeu van Bun en als reserve Jan Potharst. Jan Lenstra is overleden op 17 december 2010 in Zaandam, 91 jaar oud.
Geerhard Herman (Gerard) Bruins is geboren op 10 maart 1924 in Heeg als zoon Geerhard Bruins en Hermina Hendrika Ziegeler. Zijn vader is huisarts in Heeg. Hij begint te voetballen bij het plaatselijke HVC. Als hij 13 jaar is gaat hij naar ONS. Op zijn 15e speelt hij daar in het eerste elftal. Tijdens de oorlog duikt hij onder bij een boer in de buurt van Hommerts. In 1945 is hij een van de initiatiefnemers tot de heroprichting van HVC. In 1946 gaat hij medicijnen studeren in Amsterdam. Hij gaat voetballen bij Ajax. In dat eerste jaar speelt hij 13 wedstrijden waarin hij 16 doelpunten maakt. Hij is hiermee topscorer van Ajax. Het seizoen daarop wordt hij weer topscorer. In 1948 wordt hij uitgenodigd voor de selectietrainingen van het Nederlands elftal. Helaas wordt hij geselecteerd voor Nederland B. Verder komt hij nog uit voor het Nederlands studentenelftal. Hij blijft tot 1953 voetballen bij Ajax. Gerard is overleden op 9 mei 2016 in Arnhem, 92 jaar oud.
Albert (Pier) Alma is geboren op 11 augustus 1939 in Harkema-Opeinde als zoon van Lammert Alma en Geertruida van der Veen. Hij is overleden op 6 oktober 2000 in Leeuwarden op 61-jarige leeftijd. Pier Alma is waarschijnlijk de enige Friese voetballer in de geschiedenis die de kwaliteiten van Abe Lenstra enigszins benaderd. Hij voetbalt bij Leeuwarden, GVAV en Cambuur. Met zijn kwaliteiten kan hij makkelijk in het Nederlands elftal spelen. In werkelijkheid speelt de technicus, die tussen 1957 en 1972 semiprofessional was, nooit voor het grote Oranje. Wel haalt hij alle vertegenwoordigende KNVB-elftallen daarvoor, zoals Jong Oranje en Oranje-B. Pier Alma is overleden op 6 oktober 2000 in Leeuwarden, 61 jaar oud.
Semi-interlands
>>
Foeke Booy is geboren op 25 april 1962 in Leeuwarden als zoon van Arend Booy en Tetje Elzinga. Hij speelt in zestien seizoenen voor acht clubs. Na Cambuur Leeuwarden, De Graafschap, PEC Zwolle en FC Groningen kiest hij voor een Belgisch avontuur. Hij draagt het shirt van KV Kortrijk, Club Brugge en AA Gent. In zijn periode in Brugge wint de Fries tweemaal het landskampioenschap en eenmaal de Beker van België. In deze tijd wordt hij ook vaak genoemd als mogelijke kandidaat voor het Nederlands elftal. Maar hij heeft te maken met een sterke lichting. Met Marco van Basten en Ruud Gullit kan hij zich niet vergelijken. En Nederland heeft bijvoorbeeld ook nog John Bosman en Wim Kieft. Ook spelen blessures hem op cruciale momenten parten. In 1994 keert hij terug naar Nederland en tekent een contract bij FC Utrecht. Een zware knieblessure in zijn tweede seizoen zorgt echter voor een voortijdig einde van zijn profcarrière. Foeke Booy is de meest succesvolle Fries in bekercompetities.
Nicolaas Jan Johannes (Nico-Jan) Hoogma is geboren op 26 oktober 1968 in Heerenveen als zoon van Bauke Dedde Hoogma en Henriëtte Hermina Gerdina Hoekstra. Hij speelt in achttien seizoenen voor vier clubs. Na drie seizoenen Cambuur Leeuwarden en zeven bij FC Twente kiest hij in 1998 voor een Duits avontuur bij HSV. Op zijn 35ste keert hij terug naar Nederland waar hij nog twee seizoenen speelt voor Heracles Almelo. In zijn periode bij FC Twente wordt hij genoemd als mogelijke kandidaat voor Oranje. Bondscoach Hiddink kiest echter voor Ferdi Vierklau. Zijn beste periode beleeft hij bij HSV. Zo goed zelfs dat de Duitse media zich afvragen of bondscoach Rijkaard wel weet waar Duitsland ligt. Anderen willen dat hij een Duits paspoort gaat aanvragen, zodat hij voor de ‘Mannschaft’ uit kan komen.
Jelle ten Rouwelaar is geboren op 24 december 1980 in Joure als zoon van Bertus ten Rouwelaar en Alie Hornstra. In 1999 maakt hij de overstap naar de Eerste Divisieclub Emmen. Hier speelt de doelman zich in de kijker van PSV, waar hij in 2002 naar toe gaat. Hij wordt gezien als de beoogde opvolger van Ronald Waterreus, maar Hiddink ziet het niet in hem zitten. Hij breekt dus niet door. Hij oogt een beetje onzeker en wordt uitgeleend aan FC Groningen. Na dit seizoen wordt hij verhuurd aan FC Twente. Deze club wil hem graag houden, maar PSV besluit hem eerst te verhuren aan FC Zwolle en het seizoen daarna aan FC Eindhoven. In juli 2006 gaat hij naar Austria Wien. Na één seizoen vertrekt hij naar NAC Breda, waar hij eerste keeper wordt. Bij deze club presteert hij goed en ontwikkelt hij zich als een betrouwbare doelman. In het seizoen 2007/2008 houdt hij zelfs zestien keer de nul. De daarop volgende seizoenen toont Jelle een betrouwbare doelman te zijn die constant presteert met enkele uitschieters naar boven.
In maart 2011 raakt Maarten Stekelenburg ernstig geblesseerd. Op een training van Ajax heeft hij de duim van zijn rechterhand gebroken. Het wordt al snel duidelijk dat hij niet kan keepen bij de interlands tegen Hongarije op 25 en 29 maart 2011. Direct breken de speculaties los over wie de reservedoelman van Oranje moet worden. Ook de naam van Jelle ten Rouwelaar wordt genoemd. Op 18 maart spreekt de bondscoach het verlossende woord.
Bert van Marwijk heeft gekozen voor de keepers Michel Vorm, Sander Boschker en Jelle ten Rouwelaar. De volgorde is Vorm, Boschker, Ten Rouwelaar. De bondscoach kiest voor ervaring. Hoewel Boschker reservedoelman is bij FC Twente krijgt hij toch de voorkeur boven Ten Rouwelaar. Hij kent Oranje, omdat hij ook al derde keeper is geweest in Zuid-Afrika.
De kans dat Jelle speelminuten krijgt is dus wel heel klein, maar hij zit wel bij de selectie. Jelle komt in beide wedstrijden niet in actie.
Jelle is ook weer opgenomen in de voorlopige selectie voor een trip naar Zuid-Amerika. Oranje speelt op 4 juni een oefenwedstrijd tegen Brazilië en op 8 juni tegen Uruguay. Op 23 mei 2011 wordt bekendgemaakt dat hij niet tot de definitieve selectie behoord.
Op 27 mei wordt Jelle alsnog aan de selectie toegevoegd. Michel Vorm heeft op een training van Oranje in Hoenderloo zijn rechterhand gebroken. Naast Jelle gaan ook Tim Krul (Newcastle United) en Jasper Cillessen (NEC) mee als doelman. Helaas staat Tim Krul beide wedstrijden onder de lat. De kans dat Ten Rouwelaar in de toekomst nog speelminuten zal krijgen is minimaal. In juli 2016 stopt hij met voetballen en wordt hij keeperstrainer bij NAC Breda.
Statistieken
Willem Jacques David (Wim) Overmeer is geboren op 13 september 1899 in Leeuwarden als zoon van Thomas Arnoldus Overmeer en Josina Maria Antonetta Brochard. Wim is de keeper van LAC Frisia. Als eerste Friese voetbalclub gaat LAC Frisia in 1925 een gooi doen naar het kampioenschap van Nederland. Frisia moet het opnemen tegen NAC, Sparta, Go Ahead en HBS. Geen enkele speler van Frisia zit in 1925 ook maar in de buurt van het Nederlands elftal. De enige Frisiaan die al een klein beetje aan het niveau heeft mogen ruiken is Wim Overmeer. In 1924 speelt hij in Parijs mee met het Zwaluwenelftal, maar het Nederlands elftal is een brug te ver. Wim begint in 1920 als linkermiddenvelder. Twee jaar later komt hij in het doel te staan. Deze plek houdt hij tot 1928. In juni 1965 komt hij door een ongeval om het leven. Het zal tot 1939 duren voor de eerste Fries weer voor Oranje in aanmerking komt. Tot die tijd wordt het voetbal in Friesland door de Nederlands Elftal-commissie als bedroevend slecht ervaren. Wim is overleden op 17 juni 1965 in Ede, 65 jaar oud.
Semi-interlands
| Nummer | Datum | Interland | Uitslag | Goals |
|---|---|---|---|---|
| 1 | 24-05-1925 | Noord-Nederland - Noord-Duitsland | 3-1 | - |
Hendrik Ernst (Monti) Dijkstra is geboren op 18 december 1912 in Huizum. Vanaf zijn vijftiende jaar speelt hij in de hoofdmacht van FVC. Hij begint als rechtsbinnen, maar al na enkele wedstrijden komt hij op zijn lievelingspositie van spil te staan. Hij brengt het al snel tot het Friese elftal en zelfs eenmaal wordt hij uitverkozen voor het noordelijk elftal. Bob Glendenning, de bondscoach van het Nederlands elftal, ziet in hem zelfs de beste spil van het noorden en wil hem graag aan de selectie toevoegen. Maar Monti heeft een groot gebrek aan zelfvertrouwen. Hij denkt altijd dat er betere spelers als hij rondlopen op de Nederlandse voetbalvelden. Elke uitnodiging voor een vertegenwoordigend elftal slaat hij dan ook af. Hij zal tot 1940 in de hoofdmacht van FVC voetballen. Een ernstige knieblessure verhindert hem verder te voetballen. Monti is overleden op 27 februari 2001 in Leeuwarden, 88 jaar oud.
Jan Lenstra, de oudere broer van Abe, is geboren op 28 april 1919 als zoon van Mindert Jans Lenstra en Janke Suierveld. Jan speelt van 1936 tot 1952 in het eerste elftal van Heerenveen. Jan is in alles de tegenpool van Abe: hij spant zich meer in op het veld, hij kan opvliegend zijn en is een grote prater. Hij is een van de pijlers van het elftal. In ruim tien jaar heeft hij geen wedstrijd gemist. Jan is vaak uitgekomen in vertegenwoordigende elftallen van de KNVB. In februari 1947 krijgt de stoere en technische verdediger van Heerenveen een uitnodiging voor een centrale training van het Nederlands elftal. Hij is een van de vijf potentiële rechtsbacks uit wie een keuze moet worden gemaakt. De uiteindelijke keus valt op Jeu van Bun en als reserve Jan Potharst. Jan Lenstra is overleden op 17 december 2010 in Zaandam, 91 jaar oud.
Geerhard Herman (Gerard) Bruins is geboren op 10 maart 1924 in Heeg als zoon Geerhard Bruins en Hermina Hendrika Ziegeler. Zijn vader is huisarts in Heeg. Hij begint te voetballen bij het plaatselijke HVC. Als hij 13 jaar is gaat hij naar ONS. Op zijn 15e speelt hij daar in het eerste elftal. Tijdens de oorlog duikt hij onder bij een boer in de buurt van Hommerts. In 1945 is hij een van de initiatiefnemers tot de heroprichting van HVC. In 1946 gaat hij medicijnen studeren in Amsterdam. Hij gaat voetballen bij Ajax. In dat eerste jaar speelt hij 13 wedstrijden waarin hij 16 doelpunten maakt. Hij is hiermee topscorer van Ajax. Het seizoen daarop wordt hij weer topscorer. In 1948 wordt hij uitgenodigd voor de selectietrainingen van het Nederlands elftal. Helaas wordt hij geselecteerd voor Nederland B. Verder komt hij nog uit voor het Nederlands studentenelftal. Hij blijft tot 1953 voetballen bij Ajax. Gerard is overleden op 9 mei 2016 in Arnhem, 92 jaar oud.
Albert (Pier) Alma is geboren op 11 augustus 1939 in Harkema-Opeinde als zoon van Lammert Alma en Geertruida van der Veen. Hij is overleden op 6 oktober 2000 in Leeuwarden op 61-jarige leeftijd. Pier Alma is waarschijnlijk de enige Friese voetballer in de geschiedenis die de kwaliteiten van Abe Lenstra enigszins benaderd. Hij voetbalt bij Leeuwarden, GVAV en Cambuur. Met zijn kwaliteiten kan hij makkelijk in het Nederlands elftal spelen. In werkelijkheid speelt de technicus, die tussen 1957 en 1972 semiprofessional was, nooit voor het grote Oranje. Wel haalt hij alle vertegenwoordigende KNVB-elftallen daarvoor, zoals Jong Oranje en Oranje-B. Pier Alma is overleden op 6 oktober 2000 in Leeuwarden, 61 jaar oud.
Semi-interlands
| Nummer | Datum | Interland | Uitslag | Goals |
|---|---|---|---|---|
| 1 | 20-04-1960 | Noord-Nederland - Noord-Duitsland | 3-3 | - |
Foeke Booy is geboren op 25 april 1962 in Leeuwarden als zoon van Arend Booy en Tetje Elzinga. Hij speelt in zestien seizoenen voor acht clubs. Na Cambuur Leeuwarden, De Graafschap, PEC Zwolle en FC Groningen kiest hij voor een Belgisch avontuur. Hij draagt het shirt van KV Kortrijk, Club Brugge en AA Gent. In zijn periode in Brugge wint de Fries tweemaal het landskampioenschap en eenmaal de Beker van België. In deze tijd wordt hij ook vaak genoemd als mogelijke kandidaat voor het Nederlands elftal. Maar hij heeft te maken met een sterke lichting. Met Marco van Basten en Ruud Gullit kan hij zich niet vergelijken. En Nederland heeft bijvoorbeeld ook nog John Bosman en Wim Kieft. Ook spelen blessures hem op cruciale momenten parten. In 1994 keert hij terug naar Nederland en tekent een contract bij FC Utrecht. Een zware knieblessure in zijn tweede seizoen zorgt echter voor een voortijdig einde van zijn profcarrière. Foeke Booy is de meest succesvolle Fries in bekercompetities.
Nicolaas Jan Johannes (Nico-Jan) Hoogma is geboren op 26 oktober 1968 in Heerenveen als zoon van Bauke Dedde Hoogma en Henriëtte Hermina Gerdina Hoekstra. Hij speelt in achttien seizoenen voor vier clubs. Na drie seizoenen Cambuur Leeuwarden en zeven bij FC Twente kiest hij in 1998 voor een Duits avontuur bij HSV. Op zijn 35ste keert hij terug naar Nederland waar hij nog twee seizoenen speelt voor Heracles Almelo. In zijn periode bij FC Twente wordt hij genoemd als mogelijke kandidaat voor Oranje. Bondscoach Hiddink kiest echter voor Ferdi Vierklau. Zijn beste periode beleeft hij bij HSV. Zo goed zelfs dat de Duitse media zich afvragen of bondscoach Rijkaard wel weet waar Duitsland ligt. Anderen willen dat hij een Duits paspoort gaat aanvragen, zodat hij voor de ‘Mannschaft’ uit kan komen.
Jelle ten Rouwelaar is geboren op 24 december 1980 in Joure als zoon van Bertus ten Rouwelaar en Alie Hornstra. In 1999 maakt hij de overstap naar de Eerste Divisieclub Emmen. Hier speelt de doelman zich in de kijker van PSV, waar hij in 2002 naar toe gaat. Hij wordt gezien als de beoogde opvolger van Ronald Waterreus, maar Hiddink ziet het niet in hem zitten. Hij breekt dus niet door. Hij oogt een beetje onzeker en wordt uitgeleend aan FC Groningen. Na dit seizoen wordt hij verhuurd aan FC Twente. Deze club wil hem graag houden, maar PSV besluit hem eerst te verhuren aan FC Zwolle en het seizoen daarna aan FC Eindhoven. In juli 2006 gaat hij naar Austria Wien. Na één seizoen vertrekt hij naar NAC Breda, waar hij eerste keeper wordt. Bij deze club presteert hij goed en ontwikkelt hij zich als een betrouwbare doelman. In het seizoen 2007/2008 houdt hij zelfs zestien keer de nul. De daarop volgende seizoenen toont Jelle een betrouwbare doelman te zijn die constant presteert met enkele uitschieters naar boven.
In maart 2011 raakt Maarten Stekelenburg ernstig geblesseerd. Op een training van Ajax heeft hij de duim van zijn rechterhand gebroken. Het wordt al snel duidelijk dat hij niet kan keepen bij de interlands tegen Hongarije op 25 en 29 maart 2011. Direct breken de speculaties los over wie de reservedoelman van Oranje moet worden. Ook de naam van Jelle ten Rouwelaar wordt genoemd. Op 18 maart spreekt de bondscoach het verlossende woord.
Bert van Marwijk heeft gekozen voor de keepers Michel Vorm, Sander Boschker en Jelle ten Rouwelaar. De volgorde is Vorm, Boschker, Ten Rouwelaar. De bondscoach kiest voor ervaring. Hoewel Boschker reservedoelman is bij FC Twente krijgt hij toch de voorkeur boven Ten Rouwelaar. Hij kent Oranje, omdat hij ook al derde keeper is geweest in Zuid-Afrika.
De kans dat Jelle speelminuten krijgt is dus wel heel klein, maar hij zit wel bij de selectie. Jelle komt in beide wedstrijden niet in actie.
Jelle is ook weer opgenomen in de voorlopige selectie voor een trip naar Zuid-Amerika. Oranje speelt op 4 juni een oefenwedstrijd tegen Brazilië en op 8 juni tegen Uruguay. Op 23 mei 2011 wordt bekendgemaakt dat hij niet tot de definitieve selectie behoord.
Op 27 mei wordt Jelle alsnog aan de selectie toegevoegd. Michel Vorm heeft op een training van Oranje in Hoenderloo zijn rechterhand gebroken. Naast Jelle gaan ook Tim Krul (Newcastle United) en Jasper Cillessen (NEC) mee als doelman. Helaas staat Tim Krul beide wedstrijden onder de lat. De kans dat Ten Rouwelaar in de toekomst nog speelminuten zal krijgen is minimaal. In juli 2016 stopt hij met voetballen en wordt hij keeperstrainer bij NAC Breda.
Statistieken
Labels:
cambuur,
foeke booy,
fvc,
gerard bruins,
heerenveen,
jan lenstra,
jelle ten rouwelaar,
LAC Frisia,
leeuwarden,
monti dijkstra,
nico-jan hoogma,
noord-nederland,
oud-voetballer,
pier alma,
sc joure,
wim overmeer
Abonneren op:
Posts (Atom)




GerardBruins.jpg)



